Dit is waarom je dit jaar zoveel eikels in Twente ziet: 'Meer auto's met deuken'

zaterdag, 16 augustus 2025 (12:44) - de Stentor

In dit artikel:

Van veel plekken in Nederland vallen dit jaar de trossen eikels op: bomen hangen vol, soms zo zwaar dat takken doorbuigen. Bomenkenner Jan Zwienenberg uit Hengelo legt uit dat het om een mastjaar voor zomereiken gaat — een fenomeen waarbij bomen in één seizoen buitengewoon veel vruchten produceren. Dat vergt zoveel energie dat eiken daarna jaren ‘sparen’; waar vroeger mastjaren om de 6 à 7 jaar voorkwamen, zien we nu vaker cycli van ongeveer 3 à 4 jaar.

Meerdere factoren spelen mee. Bodemrijkdom aan stikstof werkt als extra voeding, en dit jaar waren de weersomstandigheden ideaal: een droge, licht winderige april bevorderde bestuiving, gevolgd door warme en vochtige maanden, waardoor eikels goed konden groeien. Wim Eikelboom uit Zwolle wijst erop dat ook de klimaatverandering een rol heeft; een langer groeiseizoen kan mastjaren dichter op elkaar doen volgen.

Niet elke eik doet echter mee: lokale omstandigheden bepalen veel. Bomen die vorig jaar al veel produceerden, laten het nu rustiger aan doen. Nachtvorst, watertekort of juist extreem zware vroege eikels kunnen ertoe leiden dat vruchten voortijdig vallen — soms omdat een boom kleinere eikels “opoffert” om grotere exemplaren te laten rijpen, of omdat hij door droogte energie wil besparen.

Het volle aanbod is goed nieuws voor wilde zwijnen, eekhoorns en muizen, die profiteren van de overvloed; ook dit voorjaar ontstonden op sommige plekken massaal jonge eiken. Tegelijk zijn er praktische hinderpunten: vallende eikels kunnen verwondingen veroorzaken en schade aan voertuigen geven. Advies van deskundigen is simpel: pas waar nodig je snelheid aan op fietspaden en voetpaden.

De term mastjaar stamt uit de tijd dat boeren varkens het bos in dreven om zich vet te eten aan eikels en beukennootjes — vandaar het woord ‘mast’ als oude benaming voor voedsel om dieren te laten aanzetten. Ecologisch gezien zijn mastjaren belangrijk: ze beïnvloeden zaadverspreiding, populaties van zaadeters en daarmee het bredere bos- en faunalandschap.